De Allais-paradox is een denkfout die laat zien dat mensen bij beslissingen over onzekerheid vaak inconsistent zijn en afwijken van rationele keuze-theorieën zoals de verwachte nutstheorie. De paradox werd in 1953 bedacht door de Franse econoom Maurice Allais en toont aan dat mensen niet altijd keuzes maken die wiskundig logisch zijn, maar zich laten beïnvloeden door hoe de opties worden gepresenteerd.
Voorbeeld
Stel dat je moet kiezen tussen de volgende opties:
Eerste keuze
👉 Kies tussen:
Optie A: Een gegarandeerde winst van €1.000.000.
Optie B: Een loterij met 10% kans op €5.000.000, 89% kans op €1.000.000, en 1% kans op niets.
De meeste mensen kiezen hier voor Optie A (zekerheid van €1.000.000), ook al heeft Optie B een iets hogere verwachte waarde.
Tweede keuze
👉 Kies tussen:
Optie C: Een loterij met 11% kans op €1.000.000 en 89% kans op niets.
Optie D: Een loterij met 10% kans op €5.000.000 en 90% kans op niets.
Hier kiezen de meeste mensen Optie D (de gok op €5.000.000), terwijl ze in de eerste keuze juist voor zekerheid gingen.
Waarom is dit paradoxaal?
-
In beide gevallen gaat het om risico en waarschijnlijkheden, maar mensen veranderen hun voorkeur zodra de zekerheid wordt weggehaald.
-
Bij de eerste keuze kiezen mensen voor zekerheid, terwijl ze bij de tweede keuze wél een groter risico nemen.
-
Volgens de rationele verwachte nutstheorie zou je in beide keuzes risicoprofiel moeten hanteren, maar dat doen mensen niet.
Waarom gebeurt dit?
-
Verliesaversie: Mensen hechten meer waarde aan zekerheid en vermijden risico wanneer ze een grote gegarandeerde winst kunnen krijgen.
-
Gewijzigde referentiepunten: Zodra zekerheid wordt weggenomen, verandert hoe mensen de kansen inschatten.
De Allais-paradox laat zien dat mensen niet altijd rationele beslissers zijn en dat emoties en presentatie van keuzes een grote rol spelen in besluitvorming.