Religieuze symbolen en iconen van verschillende wereldreligies

Christemdom in Nederland

Een bloemlezing over een verscheidenheid aan overtuigingen.

Eén wortel, vele takken

Het christendom in Nederland kent één gemeenschappelijke bron: het geloof in Jezus Christus en de Bijbel. Toch lopen de uitwerkingen sterk uiteen. Van rooms-katholiek tot protestants en evangelisch: dezelfde basis krijgt verschillende accenten in rituelen, leer en beleving. Eenheid en verscheidenheid gaan hier hand in hand.

Religie Evolutie

Stromingen van het Christendom in Nederland

We kunnen zes hoofdstromingen onderscheiden die gebaseerd zijn op het christendom:

Rooms-Katholieke Kerk

Richtingen, bewegingen en spiritualiteiten

  • Benedictijnse spiritualiteit (regel van Benedictus: "ora et labora" – bid en werk)
  • Franciscaanse spiritualiteit (armoede, eenvoud, verbondenheid met de natuur – Franciscus van Assisi)
  • Dominicaanse spiritualiteit (gericht op studie, verkondiging, waarheid)
  • Jezuïeten / Ignatiaanse spiritualiteit (geestelijke oefeningen, onderwijs, intellectueel – Ignatius van Loyola)
  • Karmelitaanse spiritualiteit (stilte, contemplatie – Teresa van Avila, Johannes van het Kruis)
  • Norbertijnen, Cisterciënzers, Trappisten – andere kloosterordes met eigen leefwijze

  • Charismatische Vernieuwing (Pinksterachtige invloeden, nadruk op Heilige Geest, genezing, lofprijzing)
  • Focolare-beweging (eenheid, vrede, liefde)
  • Neocatechumenale Weg (catechese, gemeenschapsvorming, missie)
  • Opus Dei (heiliging van het dagelijks leven, vaak conservatief)
  • Gemeenschap van Sant’Egidio (gebed, hulp aan armen, vredeswerk)
  • Legioen van Maria (gebed, toewijding aan Maria, evangelisatie)

  • Traditioneel / Latijnse Mis (Tridentijnse ritus) – in het Latijn, vaak met priester met rug naar het volk (sinds Vaticanum II nog toegestaan onder voorwaarden)
  • Novus Ordo (gewone vorm) – de huidige, wereldwijd gebruikte liturgie in de volkstaal (zoals Nederlands)
  • Charismatische vieringen – met moderne muziek, lofprijzing, gebedsgenezing
  • Contemplatieve vieringen – stilte, Taizé-liederen, meditatieve sfeer

  • Progressief / hervormingsgezind (bijv. roep om vrouwenpriester, LHBT-acceptatie)
  • Conservatief / traditioneel (strikte leer, nadruk op zonde, hiërarchie, traditionele moraal)
  • Liberale theologie (historisch-kritisch Bijbelonderzoek, ruimte voor debat)
  • Sociale leer / bevrijdingstheologie (gericht op armoede, rechtvaardigheid, sociale verandering – met name in Latijns-Amerika)

Protestantisme

Sinds 2004 een fusie van:

  • Nederlandse Hervormde Kerk (voormalig)
  • Gereformeerde Kerken in Nederland (voormalig)
  • Evangelisch-Lutherse Kerk (voormalig)

Kenmerken:

  • Protestants-christelijk: de leer is gebaseerd op de Bijbel, geïnterpreteerd vanuit de Reformatie (met invloed van Luther, Calvijn en andere hervormers).
  • Theologisch pluriform: er is ruimte voor verschillende opvattingen binnen de kerk (van behoudend tot vrijzinnig).
  • Presbyteriaal-synodaal bestuur: dit betekent dat gemeenten lokaal veel autonomie hebben, maar samen besluiten nemen in regionale en landelijke synodes.
  • Oecumenisch gericht: de PKN werkt actief samen met andere christelijke kerken (zowel nationaal als internationaal).
  • Doop en avondmaal: twee sacramenten worden erkend.
  • Vrouwen in ambten: vrouwen kunnen predikant, ouderling of diaken zijn.

Aanhangers:

Ongeveer 1,4 miljoen mensen zijn verbonden aan de PKN.
Aantal kerkgebouwen: rond de 1.600 tot 1.800.

Oprichting:

1869 uit een vereniging van afgescheidenen van de Nederlandse Hervormde Kerk

Kenmerken:

  1. Bijbelgetrouwheid
    • De CGK beschouwen de Bijbel als het onfeilbare Woord van God.
    • Schriftgezag is een centraal uitgangspunt voor geloof en leven.
  2. Belijdenisgeschriften
    • Ze onderschrijven de genoemde drie gereformeerde belijdenissen.
    • Deze zijn richtinggevend voor prediking, onderwijs en kerkelijk leven.
  3. Prediking en sacramenten
    • De prediking is centraal in de eredienst.
    • Er zijn twee sacramenten: doop en avondmaal, met een sterke nadruk op de geestelijke voorbereiding en waardige deelname.
  4. Gereformeerde kerkstructuur
    • De CGK kennen een presbyteriaal-synodale structuur.
    • Lokale kerken zijn zelfstandig, maar verbonden in een landelijke synode.
  5. Zorgvuldige toelating tot het avondmaal
    • Alleen belijdende leden mogen deelnemen aan het Heilig Avondmaal.
    • Zelfonderzoek en geloof zijn belangrijk in deze deelname.
  6. Zending en evangelisatie
    • De CGK zijn actief in binnenlandse en buitenlandse zending (bijv. via de Zending CGK en Evangelisatiecommissie).
    • Ook diaconaal werk en maatschappelijke betrokkenheid zijn belangrijk.
  7. Plaats van vrouw in de kerk
    • Binnen de CGK bestaan verschillende opvattingen over de vrouw in ambten.
    • Sommige gemeenten laten vrouwen toe in ambten, andere niet — dit is een actueel discussiepunt binnen het kerkverband.

Aanhangers:

ongeveer 75.000 leden
gemeenten/kerkgebouwen: 128

Oprichting:

1907 uit een fusie van enkele afgescheiden richtingen binnen de Hervormde Kerk.

Kenmerken

  • Bevindelijk-gereformeerd geloof
  • Zware nadruk op zondekennis en wedergeboorte
  • Sobere erediensten
  • Afgrenzing van de wereld
  • Strikte belijdenistrouw

Aanhangers:

ongeveer 100.000 leden
155 gemeenten/kerkgebouwen

Oprichting:

1953 door afgesplitsing van de Gereformeerde Gemeenten (GG)

Kenmerken

  • Bevindelijk-gereformeerd geloofsleven
  • Zeer sobere eredienst
  • Afstand tot moderne cultuur
  • Strikte leer en levenswandel
  • Een kleine, maar toegewijde en gesloten gemeenschap

Aanhangers:

Tussen de 22.000 en 25.000 leden
ongeveer 85 gemeenten/kerkgebouwen

Oprichting:

1948 na een scheuring binnen de Oud Gereformeerde Gemeenten

Kenmerken

  • Zeer behoudend en orthodox-calvinistisch
  • Sterke nadruk op persoonlijke geloofsbeleving (bevinding)
  • Sobere erediensten: alleen psalmen, geen instrumenten, mannen en vrouwen gescheiden
  • Strikte leefregels: afwijzing van moderne media en wereldse invloeden
  • Conservatieve kledingstijl, vooral voor vrouwen (rokken, hoofdbedekking)
  • Gebruik van de Statenvertaling van de Bijbel
  • Eigen reformatorisch onderwijs
  • Klein kerkverband met ongeveer 18.000–19.000 leden in ca. 55 gemeenten
  • Hoofdzakelijk aanwezig in de Biblebelt

Aanhangers:

18.000-19.000 leden
55 gemeenten

Oprichting:

1944 naar aanleiding van een conflict binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) over de doop en verbondsleer.

Kenmerken

  • Gereformeerde basis, maar modern en open.
  • Vrouwen in ambten toegestaan (sinds 2017).
  • Eigentijdse liturgie, samenwerking met andere kerken.

Aanhangers:

ongeveer 110.000 – 120.000 leden
ongeveer 275 gemeenten/kerkgebouwen

Opmerking:

In 2023 zijn de GKv en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) gefuseerd tot de nieuwe kerk: Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK 2023).

Oprichting:

1967 door een scheuring binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv).

Kenmerken

  1. Gereformeerde theologie, gebaseerd op:
    • De Bijbel als hoogste gezag.
    • De drie gereformeerde belijdenissen: de Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.
  2. Plaatselijke autonomie:
    Elke plaatselijke gemeente heeft veel zelfstandigheid binnen het landelijke verband.
  3. Ruimte voor verscheidenheid:
    Meer openheid voor andere opvattingen dan in strengere gereformeerde richtingen, met behoud van kernleer.
  4. Meer openheid naar cultuur en maatschappij dan bijvoorbeeld de GKv of CGK.
  5. Plaats voor vrouwen in ambten (predikant, ouderling, diaken): In tegenstelling tot sommige andere gereformeerde kerken stond de NGK al eerder vrouwen toe in alle ambten.

Aanhangers:

32.000 leden
ongeveer 90 gemeenten/kerkgebouwen

Oprichting:

1 mei 2004 uit een breuk met de Nederlandse Hervormde Kerk,

Kenmerken:

  • Theologisch: Bevindelijk gereformeerd, confessioneel orthodox.
  • Belijdenisgeschriften: Drie Formulieren van Enigheid (Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels).
  • Bijbelgebruik: Statenvertaling wordt exclusief gebruikt in erediensten.
  • Liturgie: Traditioneel, met psalmgezang zonder instrumenten (hoewel enkele gemeenten wel een orgel gebruiken).
  • Prediking: Sterke nadruk op zondebesef, bekering en genade door Christus.

Aanhangers:

62.000 leden
120 gemeenten met 100-110 kerkgebouwen

Oprichting:

8 mei 2004 ontstaan uit bezwaren tegen de fusie van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN),

Kenmerken

  • Theologie: Gereformeerd, behoudend, maar gematigder dan bijvoorbeeld de Hersteld Hervormde Kerk of Gereformeerde Gemeenten.
  • Belijdenisgeschriften: De drie Formulieren van Enigheid worden aangehouden (Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels).
  • Bijbelvertaling: Vrijheid in gebruik, maar vaak de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) of de NBG-vertaling (1951).
  • Liturgie: Gereformeerd-traditioneel, maar met ruimte voor vernieuwing. Gemeentezang met orgelbegeleiding, psalmen én gezangen.

Aanhangers:

7000-8000 leden
7 gemeenten met 7 kerkgebouwen

Oprichting:

Oorspronkelijk was het de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, opgericht op 18 april 1906.

Kenmerken

  • Belijdenisgeschriften: Volledig vasthouden aan de Drie Formulieren van Enigheid (Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels).
  • Bijbelgebruik: Meestal de Herziene Statenvertaling (HSV) of Statenvertaling (SV).
  • Liturgie:
    • Behoudend en klassiek.
    • Veel psalmen, weinig gezangen.
    • Vaak geen vrouw in het ambt (maar dit verschilt per gemeente).
  • Prediking: Nadruk op zondebesef, persoonlijke bekering, genade, en het werk van Christus.

Aanhangers:

350.000-400.000 leden

Oprichting:

Jaren 20 en 30 van de 20e eeuw (in Nederland)

Organisatie:

Geen overkoepelende Pinkstergemeente, maar verschillende organisaties/verbanden, zoals:

  • VPE (Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten)
  • Volle Evangelie Gemeenten
  • Evangeliegemeente De Deur
  • New Frontiers, Hillsong, Doorbraak, Rafael Nederland, enz.

Kenmerken

  • Theologie: Evangelisch-charismatisch.
  • Kernpunten:
  • Persoonlijke bekering en wedergeboorte
  • Doop door onderdompeling
  • Doop in de Heilige Geest (vaak met spreken in tongen als teken)
  • Gaven van de Geest: profetie, genezing, tongentaal, etc.
  • Lofprijs en aanbidding met eigentijdse muziek
  • Bijbelgebruik: Moderne vertalingen, zoals de NBV, HSV, of BasisBijbel.
  • Liturgie: Informeel, dynamisch, met band, lofprijs, getuigenissen, handoplegging.

Aanhangers:

150.000-200.000 leden
300-400 gemeenten

Oprichting:

1845 door de Duitse zendeling Julius Köbner

Kenmerken

  • Theologie: Evangelisch-protestants, met nadruk op:
    • Persoonlijke bekering
    • Doop op geloof (dus geen kinderdoop, maar onderdompeling)
    • Autonomie van de lokale gemeente (elke gemeente is zelfstandig)
    • Onafhankelijkheid van de staat en scheiding van kerk en staat
    • Priesterschap van alle gelovigen
  • Bijbelgebruik: Moderne vertalingen zoals de NBV, HSV, en BasisBijbel
  • Liturgie: Vrij en eigentijds, vaak met muziekband en eigentijdse zang. Weinig vaste rituelen of traditionele vormen.
  • Avondmaal: Voor gelovigen die gedoopt zijn op persoonlijke geloofskeuze.

Aanhangers:

11.000 leden
80-90 gemeenten

Oprichting:

1619 tijdens de godsdiensttwisten

Kenmerken

  • Vrijzinnig protestants: nadruk op persoonlijke geloofsbeleving en ruimte voor twijfel.
  • Tolerant en inclusief: open voor diversiteit in opvattingen, inclusief homo-acceptatie en vrouwen in het ambt.
  • Geen vaste leer: leden formuleren hun eigen geloof; geen dwingende dogma’s.
  • Democratisch georganiseerd: zelfstandige gemeenten, geen kerkelijke hiërarchie.
  • Oorsprong in verzet tegen orthodoxie: ontstaan uit protest tegen de strenge calvinistische leer.

Aanhangers:

ongeveer 5.800 leden
ongeveer 45 gemeenten met 30-35 kerkgebouwen

Oprichting:

1825-1840, geïnspireerd door de Plymouth Brethren

Kenmerken

  • Onafhankelijke gemeenten: geen landelijke organisatie, elke gemeente is zelfstandig.
  • Geen predikant: diensten worden geleid door mannelijke leden (broeders).
  • Eenvoud en Bijbelgetrouw: men wil leven en samenkomen zoals in het Nieuwe Testament.
  • Wekelijks avondmaal: centrale plaats in de samenkomst, alleen voor wedergeboren gelovigen.
  • Afzondering van de wereld: nadruk op een heilig, eenvoudig leven.
  • Actieve evangelisatie en zending.

Aanhangers:

8.000-10.000 leden
ongeveer 150 gemeenten

Oprichting:

1970-1980 Verenigde Staten
1986 in Nederland (Amsterdam)

Kenmerken

  • Evangelisch-charismatisch met nadruk op aanbidding en werking van de Heilige Geest
  • Toegankelijke, eigentijdse diensten
  • Koninkrijk van God centraal
  • Praktisch en dienstbaar christendom
  • Kleine, hechte gemeenschappen zonder traditionele kerkstructuur

Aanhangers:

1.000–1.500 leden
7 gemeenten

Oprichting:

1930 VS
1974 Utrecht

Kenmerken

  • Evangelisch-christelijk studentenwerk
  • Discipelschap, bijbelstudie en gebed centraal
  • Geen kerk, maar aanvullend netwerk voor studenten
  • Leiderschapsontwikkeling en persoonlijke groei belangrijk

Aanhangers:

1.000-1.500 leden

Overige christelijke stromingen

Oprichting:

21 mei 1863 in de Verenigde Staten
Een van de belangrijkste grondleggers: Ellen G. White (1827–1915)

Kenmerken:

  • viering van de sabbat op zaterdag
  • adventverwachting (spoedige wederkomst van Jezus)
  • gezonde levensstijl, en
  • gebruik van de geschriften van Ellen G. White.
=

Aanhang:

Aantal gemeenten (kerken): 60 tot 70
Aantal aanhangers: ongeveer 5.500 leden (2024)

Oprichting:

1881 door Charles Taze Russell (1852–1916)

Kenmerken:

  • Afwijzing van de Drie-eenheid
  • Strikte regels en discipline
  • Geen deelname aan feestdagen, politiek of militaire zaken
  • Actief predikwerk en eigen Bijbelvertaling

Aanhang:

Ongeveer 28.000 actieve leden
Verdeeld over zo’n 375 gemeenten (Koninkrijkszalen)

Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Oprichting:

1830 door Joseph Smith

Kenmerken:

  • Extra heilige boeken zoals het Boek van Mormon
  • Een fysiek beeld van God en een niet-trinitarische leer
  • Unieke kijk op het hiernamaals en tempelrituelen
  • Een sterk georganiseerde, missionaire kerkstructuur

Aanhang:

9.000
Verspreid over het land zijn er zo’n 25 mormoonse kerkgebouwen en er is 1 tempel (in Zoetermeer).

Oprichting:

1840–1860, formeel in de Verenigde Staten door John Thomas

Kenmerken:

  • Sola Scriptura (alleen de Bijbel)
  • Geen Drie-eenheid
  • Geen onsterfelijke ziel / geen hel
  • Verwachten de wederkomst van Jezus
  • Volwassen doop door onderdompeling
  • Geen predikanten, geen hiërarchie
  • Scheiding van kerk en wereld
  • Avondmaal (breken van het brood)

Aanhangers:

ca. 100–150 actieve leden

Oprichting:

1863 in Hamburg, Duitsland

Kenmerken:

  • Het actieve apostelambt en leiderschap door een opperapostel
  • Het sacrament van de heilige verzegeling
  • Sterke nadruk op de nabije wederkomst van Jezus Christus
  • Hiërarchische structuur zonder kerkelijke democratie
  • Gebruik van muziek en liturgie in sobere, goed georganiseerde diensten

Aanhangers:

Ongeveeer 10.000 geregistreerde leden
Rond de 60 actieve gemeenten / kerkgebouwen

Oprichting:

1865 Londen door William Booth

Kenmerken:

  • Bijbel als hoogste gezag.
  • Jezus Christus is de enige weg tot verlossing.
  • Persoonlijk geloof en bekering zijn essentieel.
  • Heiliging: een heilig leven wordt nagestreefd, geïnspireerd door de Heilige Geest.
  • Actieve dienstbaarheid aan medemensen als uitdrukking van geloof.
  • Doop en Avondmaal worden niet bediend – ze geloven dat symbolen niet nodig zijn voor ware geestelijke gemeenschap.

Aanhangers:

6.000 – 7.000 actieve leden
ongeveer 80 lokale korpsen verspreid over Nederland

Oprichting:

1882, in Nederland door o.a. dominee G. J. R. Engelberts

Kenmerken:

  • De Bijbel is het enige gezag voor geloof en leven.
  • Persoonlijk geloof in Jezus Christus als redder en verlosser is centraal.
  • Vrijheid van geweten en geloofsbeleving – geen dwingende dogma’s.
  • Geloofsdoop wordt belangrijk gevonden, maar kinderdoop komt ook voor (verschilt per gemeente).
  • Avondmaal wordt regelmatig gevierd, vaak open voor alle gelovigen.
  • Leven in navolging van Jezus – praktische toepassing van het geloof.

Aanhangers:

ongeveer 6000-7000 leden
35 aangesloten gemeenten

Oprichting:

17e eeuw in Engeland.

Kenmerken:

  1. Directe ervaring van het goddelijke
    • Quakers geloven dat ieder mens een “Innerlijk Licht” of een goddelijke vonk in zich heeft.
    • Daarom is er geen behoefte aan priesters, sacramenten of hiërarchische kerkstructuren.
  2. Eenvoudige eredienst
    • Quakers komen meestal bijeen in stilte.
    • Iedereen kan spreken als hij of zij zich daartoe innerlijk geroepen voelt.
    • Er zijn geen vaste liturgieën of rituelen.
  3. Getuigenissen (principes in het leven)
    • Vrede → Quakers staan bekend als pacifisten; velen weigerden militaire dienst.
    • Gelijkheid → Vroeg betrokken bij vrouwenrechten en afschaffing van de slavernij.
    • Eenvoud → Een sobere levensstijl, geen overbodige luxe.
    • Waarachtigheid → Eerlijkheid en oprechtheid in alle handelingen.
    • Rentmeesterschap → Zorg voor de aarde en natuur.
  4. Geen dogma’s
    • Er is veel ruimte voor individuele interpretatie. Sommige Quakers zijn uitgesproken christelijk, anderen zien zichzelf eerder als spiritueel-humanistisch.

Aanhangers:

ongeveer 100 leden
geen kerkgebouwen

Sektes

Wanneer spreken we van een sekte?
  • Gesloten, hiërarchisch
  • Een autoritaire leider
  • Afwijkende regels
  • Leden geisoleerd van familie/vrienden
  • Financieel of emotioneel misbruik

Sektes in Nederland

Volgens schattingen van onderzoekers en instellingen zoals Sektesignaal (het meldpunt voor zorgwekkende groepen in Nederland) zijn er tientallen tot honderden groeperingen die als sekte-achtig kunnen worden beschouwd.

Voorbeelden:
  • Scientology
  • Gemeente Gods (voorheen in Katwijk)
  • Noorse Broeders (CGN) — deze worden soms als gesloten of sekte-achtig omschreven
  • Satsang-bewegingen of goeroecentra met geïsoleerde leefgemeenschappen

Oosters-Orthodoxe Kerken

Kenmerken:

  • Liturgie: Byzantijnse liturgie (oud, rijk aan rituelen, veel zang)
  • Taal: vaak in het Grieks, Russisch, Roemeens of Arabisch, soms Nederlands
  • Structuur: geen paus, maar nationale kerken met eigen patriarch of aartsbisschop
  • Sacramenten: doop, eucharistie, biecht, zalving, etc. zijn centraal
  • Beleving: sterke nadruk op mystiek, icoonverering, traditie en gemeenschap

Totaal in Nederland:

Oorsprong Aanhangers Gemeenten
Roemeens-Orthodox40.000 – 50.000± 25
Grieks-Orthodox15.000 – 20.000± 15
Russisch-Orthodox3.000 – 5.000± 10–15
Servisch-Orthodox5.000 – 6.000± 5
Overige5.000 – 8.000± 10
Totaal± 70.000 – 90.000± 60–70

Anglicaanse Kerk

Kenmerken:

  • De Bijbel als gezaghebbend, maar interpretatie is relatief vrij
  • Liturgische eredienst (met vaste vormen, gebeden, kalender)
  • Sacramenten: doop en avondmaal centraal
  • Bisschoppelijke structuur (met bisschoppen en priesters)
  • Ruimte voor geloofsdiversiteit (zowel meer katholiek als meer protestants georiënteerde leden)
  • Geen paus, maar aartsbisschop van Canterbury als geestelijk leider

Aanhangers:

3.000–4.000 leden
ca. 15 gemeenten

Lees meer over Kritisch Denken

Bekijk het Blog voor kritische beschouwingen